De wetenschap over de invloed van voorouders begint hier

De wetenschap over de invloed van voorouders begint hier

In 1847 vertelde de Zwitserse vrouwenarts Ignaz Semmelweis zijn collega’s dat ze hun handen moesten wassen tussen het doen van een autopsie en het begeleiden van een bevalling. Hij voelde dat “iets” wat er van de lijken mee werd genomen zorgde voor de kraamvrouwenkoorts waar veel vrouwen aan stierven. Hij kon het niet bewijzen. In eerste instantie niet. Hij had wat we nu zouden zeggen een onderbuik gevoel. Hij wist dat het waar was.

Mijn verhaal is ongeveer hetzelfde als Ignaz’ verhaal. Ik voel dat er altijd “iets” bij je is, iets dat ervoor zorgt dat je lijdt aan hetgeen waar je aan lijdt. Het zorgt ervoor dat je koortsachtig op zoek bent naar rust en die niet kunt vinden. Het bepaalt dat je het geluk niet echt kunt pakken. Ook niet als daar zichtbaar alle voorwaarden voor geschept zijn. Dat “iets” maakt daardoor wie je bent. Dat “iets” zijn, je voorouders.

Voor Ignaz waren de bacteriën heel duidelijk aanwezig, daar geef je hem nu volmondig gelijk in terwijl je ze zelf waarschijnlijk nog nooit hebt gezien. In eerste instantie heb je eens iets over bacteriën opgevangen. Waarschijnlijk al voordat je naar school ging. Je ouders hebben je iets verteld over handen wassen. Je hebt toen gevoeld dat het waar is. Vanaf dat moment heb je je er op jouw manier mee bezig gehouden en neem je er voor jezelf verantwoordelijkheid voor.

Je ouders hebben je waarschijnlijk nooit iets verteld over hoe voorouders om hun nazaten heen hangen. Je hebt ze ook niet gezien, want ze hebben geen lichaam meer. Voor jou zijn ze dood en verdwenen. Het komt niet in je op, daar naar te zoeken of met het thema voorouders bezig te zijn.

Net als Ignaz kan ik je nu niet meteen iets bewijzen. Omdat je je voorouders na het lezen van dit artikel niet opeens gaat zien. Toch begint de kennis en wetenschap hierover wel hier. Je kunt namelijk wel voelen dat het waar is. En dit is de start van het onderzoek naar bewijzen. In eerste instantie de start van jouw onderzoek.

Dit is geen ingewikkeld onderzoek. Het is namelijk helemaal niet moeilijk om te ervaren dat je voorouders eigenlijk nog springlevend zijn.

Meestal al na een paar simpele vragen. Ik stel je een vraag en moedig je aan het eerste antwoord te geven wat in je opkomt. En dan opeens is het er : De wetenschap dat oma bij je is, dat je een overgrootvader hebt die nog zoveel op aarde wil doen of dat mama een zusje had waar niemand je over verteld heeft. Maar ook een gesprek met je ouders rond de eettafel over opa’s, oma’s en overgrootouders kan je dat snel en duidelijk laten ervaren. Opeens wordt je je bewust dat er “iets” om je heen hangt. Dat er iets in de lucht hangt. En dat dat “iets”, je gedrag, je reacties, je overtuigingen, je verlangens, je onrust, je emoties en je beleving van het leven op aarde beïnvloed. Je weet dat het waar is.

Zoals je door de kennis van bacteriën gezonder bent, wordt je van de kennis over je voorouders gelukkiger. En om de juiste kennis op te doen ga je op onderzoek in het programma Leer Hoe Je Weer Je Energieke Zelf Wordt

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *